Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Vorige week sloten we onze week af met een geslaagd Symposium. Tijdens dit evenement deelden we onze inzichten van het onderzoeksrapport Het probleem van de volle boodschappentas en stond de centrale vraag ter discussie: hoe zit het met de digitalisering van de sociaal juridische dienstverlening?

Uit de gesprekken met het publiek en de sprekers kwam een andere duidelijke vraag telkens naar voren: voor wie ontwikkel je een tool, voor de burger of voor de rechtshulpverlener? Als we kijken naar de sociale advocatuur lijkt de sector klaar te zijn voor digitalisering, maar mist het hiervoor de juiste middelen. De wil is er van commerciële advocatuur om de sociale advocatuur ervoor klaar te stomen - op welke manier dan ook. Toch lijkt dit in de praktijk toch moeilijker dan gedacht. Evenals technologie voor de burger. Professor Hazel Genn opende het Symposium met een uitspraak die aan het einde nog steeds staat: 'Je kunt wel optimistisch zijn, maar tegelijkertijd moet je ook kritisch blijven omdat er ook veel groepen zijn die geen baat hebben bij technologie.' Er is ruimte voor techno-optimisme maar met kritische kanttekeningen. Uit het onderzoeksrapport kwam ook naar voren dat burgers niet zo zelfredzaam lijken te zijn als er door de overheid wordt gedacht. Een aanzienlijk deel van de rechtzoekenden heeft namelijk moeite met taal- en digitale vaardigheden. Het is daarom belangrijk om het probleem aan de voorkant aan te pakken door brieven en documenten in lekentaal te schrijven en procedures minder ingewikkeld te maken. Daarnaast is het belang van een (persoonlijk) betrokken hulpverlening evident.

Sociaal Juridische Kaart 'Het probleem van de volle boodschappentas'
Sociaal Juridische Kaart 'Het probleem van de volle boodschappentas'

Daarnaast werd er duidelijk dat de rol van de rechtswinkels zeker nog niet is uitgespeeld. Zij vervullen namelijk een belangrijke rol in de eerstelijns rechtshulpverlening en helpen naar schatting 25.000-30.000 burgers per jaar. Rechtswinkels blijken dicht bij de burger te staan: de meeste rechtswinkels houden hun spreekuren in de wijk of op een ander makkelijk te bereiken locatie, meestal meer dan één keer per week. Bovendien zijn aan hulp van een rechtswinkel geen inkomenseisen verbonden en is advies vrijwel altijd gratis.