Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Switch to English

COVID-19 raakt iedereen en stelt de Nederlandse bevolking, overheid en betrokken organisaties soms voor duivelse dilemma’s. Zo ook gedetineerden. Hoe verlopen de processen met hen nu fysiek contact vrijwel onmogelijk is? En wat brengt dit teweeg? We spraken hierover met onze collega’s van het Juridisch Spreekuur Gedetineerden. Over roeien met de riemen die je hebt.

Onlangs stuurden partners en kinderen van gedetineerden een brandbrief aan de regering, leden van de Tweede Kamer, hoge ambtenaren en instellingsdirecteuren. Hierin werd er expliciet gevraagd om de bezoekersregeling terug te dringen. De minimale bezoektijden en grote plastic schermen zorgen ervoor dat ook maar elk persoonlijk contact wordt uitgesloten. Hoe moet dit zijn voor kinderen die zich al weken hebben verheugd om hun ouder een knuffel te geven? 

Telefonische spreekuren
Logischerwijs hebben deze maatregelen ook invloed op organisaties zoals het Juridisch Spreekuur Gedetineerden (JSG), die normaal gesproken ‘fysieke’ spreekuren in drie verschillende gevangenissen van Nederland verzorgen. Deze stichting, die gehuisd is in de Amsterdam Law Hub, wordt volledig gerund door vrijwilligers - bestaande uit studenten Rechtsgeleerdheid en Criminologie. Zij houden zich bezig met penitentiair recht, wat inhoudt dat gedetineerden hen alles mogen vragen wat niet inhoudelijk met hun strafzaak te maken heeft. Werd er eerst wekelijks afgereisd naar de PI’s Lelystad, Alphen aan de Rijn en Schiphol; nu vindt alles telefonisch plaats. Volgens de voorzitter van JSG, Demi Sterk, verloopt helaas nog niet alles vlekkeloos. ‘We zijn gebonden aan de werkwijze van de PI’s. In het reintegratiecentrum is een ruimte waar gedetineerden met ons kunnen bellen. Maar omdat er altijd een medewerker van hen bij moet zijn om dit te faciliteren, komen lang niet alle vragen bij ons binnen en verloopt het proces trager. Desalniettemin zijn we ontzettend trots op het feit dat de telefonische spreekuren zo snel al op poten gezet zijn en dat we hierdoor door kunnen blijven werken.’

Krant voor gedetineerden
De nieuwsmedia koppen helaas ook andere zaken. Zo ontstaan er binnen gevangenissen de laatste tijd door het virus steeds vaker opstootjes. Gedetineerden zitten over het algemeen op dubbelcel. Als de een hoest, is de ander bang ook ziek te worden. Om naast de reguliere werkzaamheden toch meer verbonden te zijn met gedetineerden, publiceert Demi met regelmaat artikelen in de Bonjo: de krant die elke twee maanden landelijk verspreid wordt over de PI’s. ‘De ene keer schrijf ik over hoe wij ons werk nu doen tijdens corona; de andere keer gaat mijn stuk over waarom wij ervoor gekozen hebben rechten te gaan studeren.’