Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN

Het ervaringsonderwijs aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, de Amsterdam Law Practice, is nu bijna een jaar onderweg. Bestaande ALP-vakken worden geëvalueerd, nieuwe staan op de rol. In de nieuwsbrief delen we de eerste ervaringen van docenten. Nu: Aukje van Hoek over het Practicum Privaatrecht.

ALF
Studenten tijdens een ALP-vak

‘Dit ALP-vak begeleidt studenten in de ontwikkeling van hun professionele identiteit als academisch gevormd jurist. Daartoe worden zij uitgedaagd om hun kennis en vaardigheden toe te passen in een praktijksimulatie, op basis van een realistische casus met diverse materieel- en procesrechtelijke componenten.’ 

Zo begint de beschrijving van het vak Practicum Privaatrecht gegeven door Aukje van Hoek en Anna van Duin. ‘De casus is telkens anders, zegt Van Hoek. ‘Maar hij is steeds gebaseerd op een privaatrechtelijk onderwerp met maatschappelijke relevantie, waarin meerdere vakgebieden samenkomen, bijvoorbeeld contractenrecht, procesrecht en EU-recht.’ 

Nieuw vak

Het practicum is een nieuw mastervak, speciaal ontwikkeld naar aanleiding van de invoering van de Amsterdam Law Practice. ‘Ik zocht al langer naar een manier om studenten actiever te laten leren, in plaats van passief luisteren bij een hoorcollege. Toen de Amsterdam Law Practice werd ingevoerd, zijn we hierop ingesprongen.’ 

Binnen Privaatrecht is de werkwijze rondom een praktijkcasus nieuw. Volgens van Hoek is die casus tot in detail uitgewerkt. ‘De casus betrof het Dieselschandaal en begon met een bezoek van twee cliënten (twee medewerkers) aan een advocatenkantoor (studenten). De studenten kregen een eerste indicatie van het probleem en moesten daarna zelf de feiten boven water krijgen en vragen formuleren. De studenten werden verdeeld in groepen die ieder een bepaalde rol toegedeeld kregen. Halverwege werd van groep, en ook van rol, gewisseld. Aan de hand van concrete opdrachten werden vervolgens strategieën ontwikkeld, adviezen gegeven, processtukken opgesteld en gepleit voor een oefenrechtbank.’

Niet voorkauwen

Het vak werd grotendeels gegeven in de Experiental Learning ruimte. Hier zijn zeer goede mogelijkheden voor de groepjes om afgezonderd te werken, aldus van Hoek. ‘In deze setting word je als docent ook gedwongen om coachend op te treden. Het doel is om studenten zelf een leerervaring te bieden, en zo min mogelijk als docent al oplossingen aan te dragen. Dit was voor mijzelf ook een grote uitdaging.’ 

Een belangrijk doel van het vak was dat de studenten zich bewust worden van zowel hun rol als jurist als hun eigen professionele identiteit. Alle stappen werden onderling geëvalueerd op inhoud en proces, maar ook op samenwerking en ethische dilemma’s. Van Hoek: ‘De studenten kregen colleges op het gebied van ethiek en training over het werken in teams. De casus oplossen was niet het enige doel, we wilden ook dat de studenten leerden om na te denken over morele en ethische dilemma’s rondom het conflict.’ 

Vragen

Ervaringsonderwijs is een nieuwe vorm van leren, die volgens van Hoek ‘ontzettend leuk en inspirerend is’, maar ook specifieke vragen oproept. ‘Goed beoordelen van groepswerk is een uitdaging’, zegt van Hoek. ‘Studenten maken een aantal opdrachten samen met medestudenten, maar het is moeilijk beoordelen wie wat heeft gedaan. We merkten dat dit twijfels opriep bij sommige studenten, bijvoorbeeld studenten die gaan voor een cum laude.’ Maar ook de andere prestaties die meewogen in het eindcijfer – het portfolio, de pleitoefening – vragen om andere manieren van beoordeling dan de cognitieve, inhoudelijke toetsing van ‘normale’ vakken. 

Voor docenten is een ervaringsvak geven sowieso meer werk dan een klassiek vak met hoor- en werkcolleges, zegt van Hoek. Dat roept ook beleidsmatige vragen op, zoals de aantallen studenten die we dit onderwijs kunnen aanbieden. ‘We hadden nu zestien studenten, dit aantal kan komend jaar groeien tot vijftig.’ Het practicum wordt vanaf komend jaar ook verspreid over twee blokken in plaats van een. ‘We merkten dat het tijd kost vóór de samenwerking binnen de groep op gang komt. Het is dan fijn als de cursus meer over het jaar verspreid is, zodat ook de juridische inhoud voldoende aandacht kan krijgen.'